Veel gestelde vragen
Met hoeveel worden de traktementen verhoogd in 2010?
Het percentage op de uitbetaaltabel bedraagt: 1.6 % t.o.v. 2009.
Met hoeveel worden de traktementen verhoogd in 2009?
Met 3,8% ten opzichte van 2008. Deze verhoging volgt de verhoging zoals die op de peildatum 1.7.2008 in de op dat moment voorgaande 12 maanden van toepassing was in een overeenkomstige groep binnen de overheid (75).
Is er een rekenmodel beschikbaar?
Het rekenmodel stamt uit de tijd, dat diverse toeslagfactoren en aftrekposten een rol speelden. De toepassing van de Steunpunt Kerkenwerk-uitbetaaltabel heeft de berekening vereenvoudigd tot: a) het uitbetaalbedrag b) de vakantietoeslag van 8%. Plus onkostenvergoedingen. Het uitbetaalbedrag is gebaseerd op de beleidslijn van Steunpunt Kerkenwerk, dat de kerk een pastorie ter beschikking stelt. Voor de uitzondingsgevallen zie de vraag over woonvergoeding. Overigens kunt u onder Predikanten/Arbeisvoorwaarden en traktementen, de rekenmodellen van dit jaar en de voorgaande jaren vinden.
Hoe wordt de vakantieuitkering berekend?
In de regeling staat: De predikant heeft aanspraak op een jaarlijks uit te keren vakantietoeslag. De vakantietoeslag bedraagt 8% van het bruto jaartraktement (conform uitbetaaltabel pag. 5). Het vakantiegeld wordt geacht betrekking te hebben op de periode van 1 juni tot en met 31 mei. Bij vertrek uit een gemeente heeft de predikant in de gemeente die hij verlaat, recht op vakantietoeslag voor iedere maand dat het vertrek plaatsvindt na 1 juni, terwijl de nieuwe gemeente vakantietoeslag dient te betalen over het daarop aansluitende aantal maanden tot de eerstvolgende 1 juni. Het verdient geen aanbeveling de vakantietoeslag maandelijks uit te betalen. Dus bij uitkering tel je 8% over de maanden juni t/m dec. van het vorig jaar samen met 8% over de maanden jan. t/m mei van het lopende jaar.
Hoeveel vrije zondagen heeft een predikant?
7 zondagen. Deze keuze is indertijd ontstaan voor predikanten die normaliter elke week in eigen gemeente voorgaan, eventueel met een tweede dienst geruild met een collega. Voor predikanten in grotere gemeenten met meer predikanten gelden de uitgeroosterde zondagen ook (eerst) als vrije zondag. Tekst van de regeling: 2. Vrije zondagen Naast vakantie heeft de predikant recht op 7 vrije zondagen per jaar bij een preekbelasting van één nieuwe preek per week en een maximum van 60 preken per jaar (incl. feestdagen, huwelijken en begrafenissen). Dit is gebaseerd op het uitgangspunt dat de predikant 2x per zondag voorgaat, waarbij –na goedkeuring door de kerkenraad- de 2e dienst in de eigen gemeente (incidenteel of structureel) kan worden vervangen door voorgaan in een andere gemeente (zgn collegiale ruilbeurt). Gaat de predikant met instemming van de kerkenraad (bij uitzondering) niet voor in een 2e dienst, dan komen deze vrije halve zondagen niet in mindering op de 7 vrije zondagen. Roostervrije zondagen die sommige predikanten al hebben, maken deel uit van de genoemde 7 vrije zondagen.
Waarom is de km-vergoeding predikanten (0,35 ct/km) hoger dan in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk?
Deze vergoeding is gebaseerd op toezegging in het verleden, waarbij tevens de afspraak is gemaakt, dat de vergoeding ’bevroren’ zal worden, totdat deze weer kan meestijgen met km-vergoeding als in het maatschappelijk verkeer.
Zijn voor een werkweek van een predikant een bepaald aantal uren vastgesteld?
En is daarmee een deeltijd baan te definieren? Het ambt van predikant is niet vergelijkbaar met een baan in het bedrijfsleven. Een predikant wordt gezien als een pseudo-ondernemer, die als zelfstandige zelf zal moeten bepalen welke prioriteiten gesteld worden om een verantwoord aantal uren bezig te zijn. De aard van de werkzaamheden brengen met zich mee, dat ook in avonduren gewerkt zal worden. Afhankelijk van de hoeveelheid werkzaamheden in de deelgebieden van het ambt zal in goed overleg met kerkenraad of vertrouwenscommissie prioriteiten moeten worden afgesproken. De predikant zal daarbij mede zelf de mogelijkheden en de grenzen aangeven. Dit geldt eveneens voor parttime situaties. Zie ook de tekst in de rubriek Predikanten/deeltijd.
Bij bewoning van een pastorie van de kerk kan sprake zijn van onevenwichtige WOZ-waarde en fiscale lasten.
Verwijzend naar de rubriek Predikanten/Pastorie zal een predikant die een ’hoog getaxeerde’ pastorie van de kerk bewoont en daarmee een onvenredige hogere fiscale belasting betaalt gecompenseerd worden. De hoogte van de compensatie wordt bepaald door regionale omstandigheden en dient in redelijkheid met elkaar te worden besproken. Steunpunt Kerkenwerk wil desgewenst een advies uitbrengen.
Is het vakantiegeld vanaf 2007 lager dan voorgaande jaren?
In 2007 heeft een herberekening van traktement in relatie tot de vakantietoeslag plaatsgevonden. In 2006 was de grondslag waarover 8% werd berekend hoger dan het traktementsbedrag in de tabel; de vakantietoeslag werd apart opgegeven. In 2007 is de vakantietoeslag weer zuiver terug te voeren op 8% van het Steunpunt Kerkenwerk traktement uit de tabel. Daardoor is de vakantietoeslag lager dan in 2006. Echter het traktement is zoveel hoger gesteld, dat traktement+vakantietoeslag samen wel met de afgesproken 2,3% voor 2007 zijn verhoogd. De traktementen werden toen dus hoger gesteld dan
Opting-in?
Wordt niet door Steunpunt Kerkenwerk aanbevolen. In algemene termen brengt dit geen voordelen. De predikant wordt niet als werknemer beschouwd. De fiscale afhandeling kan risicovolle keuzes met zich meebrengen, waarvan de effecten door de Inspecteur van Belasting later kan worden verhaald. Steunpunt Kerkenwerk adviseert het zogenaamde pseudo-ondernemerschap, waarbij de predikant jaarlijks afrekent met de fiscus. Om die reden wordt jaarlijks op declaratiebasis 550 euro ter beschikking gesteld. Uit "Het goede Geld(t): Ons advies is standaard gebruik te maken van pseudo-ondernemerschap. Indien om motiverende redenen de predikant gebruik wil maken van de opting-in constructie, dan dit pas uitvoeren na gedetailleerd fiscaal advies en de predikant en de kerkenraad precies weten wat de consequenties zijn.
Waarom zijn er 3 schalen voor predikanten en blijft dit zo?
Bij het samenstellen van het inmiddels aangenomen rapport "Het goede geld(t)", (zie onder Beleidsdocumenten) is onder meer gepleit voor minder schalen. Toentertijd hanteerden wij nog 4 schalen, schaal 1 is inmiddels vervallen. Gebaseerd om een aantal vergelijkingen en gebaseerd op het gegeven, dat een gemeentegrootte rondom de 500 zielen (of daaronder) als gezonde ontwikkeling wordt gezien, is daarmee ook de huidige schaal B (was 3) als richtschaal gekenmerkt. Deze schaal loopt tot 550 zielen. Uit het rapport "Het goede geld(t)" noteren we: Op de achtergrond speelt daarbij mee, dat een predikant niet wordt betaald voor diens prestatie maar voor diens “onderhoud”; dan lijkt het hanteren van zoveel schalen niet voor de hand liggend. Dit leidt tot de conclusie dat gestreefd moet worden naar minder schalen, dat schaal 1 zich beduidend onder de norm “naar behoren” bevindt (is inmiddels afgeschaft) en dat schaal 2 enigszins achterblijft.
Hoewel de afschaffing van de huidige schaal A nog niet tot de mogelijkheden behoort, gehoord de financiële draagkracht van kleine gemeenten zal nagedacht moeten worden - wellicht fasegewijze invoering - aan een evenwichtiger verhouding tussen schaal A en B en een ineenschuiving van schaal B en C. Tot nu toe bevat de Steunpunt Kerkenwerk regeling nog 3 schalen, waarbij dus het streven is om te werken naar vermindering van schalen, deels door het ’natuurlijke proces van verkleining van gemeente of wijkgrootte, waardoor de toepassing van schaal C minder gebruikt zal worden, mede gevoed door de stelling, dat predikanten niet op basis van hogere schalen tot in verhouding hogere uren per week moeten worden gedwongen. Daarbij te bedenken, dat in middelgrootte gemeenten of zelfs in kleine gemeenten in combinatie met andere werkzaamheden tot vergelijkbare uren kan worden gekomen.
Wanneer heeft een predikant recht op een preekvergoeding?
Hoewel het voorkomt dat per classis en soms per kerk in sommige situaties andere gedragsregels voorkomen adviseren wij de volgende uitgangspunten aan te houden:
Indien een predikant in een gemeente met 1 predikant regelmatig ruilt met een collega in de regio om evenwicht in de werkbelasting aan te brengen, dan wordt over en weer geen vergoeding gegeven. Indien een predikant gevraagd wordt op een uitgeroosterde zondag of dagdeel of als ’3e’ dienst in een andere gemeente voor te gaan kan van de regeling gebruikt gemaakt worden, zijnde € 90,- per dienst plus vergoeding voor de reiskosten.
Welke woonvergoedingsregeling moeten we toepassen?
De huidige regeling geeft vier situaties weer. Tijdens de AV van 2 november 2007 heeft een stuk gediend waarin op basis van actuele situaties een aantal uitgangspunten zijn genoemd met de daarbij behorende vergoedingen. Inmiddels is de nieuwe woonparagraaf in de Materiële regeling predikanten 2009 definitief vast gesteld. Het beleidsuitgangspunt is, dat de kerk een pastorie ter beschikking stelt. De Steunpunt Kerkenwerk uitbetaaltabellen zijn erop gebaseerd, dat de predikant ’vrij woont’. Vervolgens zijn er een aantal uitzonderingssituaties te onderscheiden: a) een predikant wenst zelf een woning te kopen b) een kerk vraagt nadrukkelijk aan de predikant een woning te kopen c) een predikant wenst met het oog op zijn emeritering een woning te kopen. d) de predikant dient in een niet passende pastorie te wonen. Voor elk van deze 4 uitzonderingssituaties wordt een vergoedingsregeling benoemd. Voor de details verwijzen wij u naar de rubriek Predikanten/Pastorie.
Woonvergoeding. Verandert er iets in de vergoeding als een externe werkkamer wordt geboden?
In principe wel. In geval een predikant nieuw in een gemeente komt en indien hij (bij uitzonderingsgevallen) in aanmerking komt voor een woonvergoeding, dan zal die vergoeding zijn afgestemd op de woonlasten. Als de woning daardoor kleiner is dan met studeerkamer/ontvangstruimte zal ook de woonvergoeding lager zijn.
Kan een predikant binnen de huidige materiële regeling gebruik maken van de Missionaire Master van de TU?
Ja. De huidige regeling voorziet in een jaarlijkse bijscholingsregeling in tijd en geld (€ 1500,- per jaar), alsmede een studieverlofregeling van 3 maanden in vijf jaar. Afhankelijk van de relevantie met het ambt of noodzakelijke vorming worden de kosten van deze laatste verlofregeling in onderling overleg met de kerkenraad bepaald. De uitzondering die op de regeling zal worden toegestaan is, dat voor deze studie de bijscholingsregeling meer dan 1 jaar kan worden door geschoven. Voor een uitvoeriger uitleg verwijzen we naar het beschrijvende document "Missionaire Master - facilitering voor TU studieprogram" op onze website onder Predikanten/ Arbeidsvoorwaarden en traktementen .
Verandert de VSE emeritaatsgrondslag door de nieuwe Steunpunt Kerkenwerk uitbetaaltabel?
Nee. Het netto uit te keren bedrag verandert niet t.o.v. de berekening volgens de GMV-methodiek. De elementen die de de VSE-grondslag bepalen veranderen daardoor evenmin. Wel zal duidelijk moeten zijn uit welke bestanddelen het traktement (in het verleden) is samengesteld. Woonvergoedingen resp. inhoudingen en andere aftrekposten dienen zowel in het verleden als in de huidige situatie wel als zodanig zichtbaar te zijn.
Emeritering: moeten de kerken aanvullende maatregelen nemen voor de emeritaatvoorzieningen van hun predikanten?
De economische ontwikkelingen brengen begrijpelijk dit soort vragen te weeg. In de materiële regeling van Steunpunt Kerkenwerk wordt in hoofdstuk V o.m. onder het kopje Uitkeringsreglement VSE het volgende geschreven: De kerk is aangesloten bij de Vereniging VSE. De plaatselijke kerken hebben de zorgplicht voor haar emeriti, waartoe behoort dat zij zich jaarlijks in een persoonlijk gesprek op de hoogte zal stellen omtrent o.a. de financiële mogelijkheden om zonder zorg te leven. Daarbij zal tenminste als basis het geldende uitkeringsreglement van de VSE worden toegepast als uitkering van de kerk aan haar predikant, zijn echtgenote en zijn kinderen. In de bijlage van de beroepingsbrief wordt dit onder punt 10 Bepaling emeritering en arbeidsongeschiktheid nader verwoord: Door de kerk zal het geldende Uitkeringsreglement van de Vereniging VSE naar analogie worden toegepast op de verhouding tussen de kerk en haar predikant, zijn echtgenote en zijn kinderen.
Beide citaten geven aan, dat a) er geen formele verbintenis is tussen VSE en de predikant, maar dat de plaatselijke kerk verantwoordelijk is voor het onderhoud van de predikant ook na de arbeidzame periode. En b) dat de kerken (in kerkverband) die verantwoordelijkheid hebben vorm gegeven door gezamenlijk een fonds te vormen waaruit emeritaat en weduwe-uitkering kan worden. Binnen VSE hebben de kerken hiervoor de regels en de uitkeringshoogte afgesproken.
VSE heeft in het kader van DNB EN TOEZICHT de reglementen aangepast om toezicht van De Nederlandsche Bank als pensioenfonds te voorkomen. Dit heeft voor zowel de bijdragen door de kerken aan de emeritaatskas als aan de regels voor uitkering geen verandering teweeg gebracht. Indien de kerkelijke bijdragen als de beleggingen niet significant veranderen is er om die redenen niet te verwachten dat de uitkeringsregels veranderen. In de wetenschap dat in de maatschappij (zowel in het bedrijfsleven als bij de overheid) pensioenen als gevolg van de economische omstandigheden aan verandering onderhevig zijn, zal ook binnen de kerken nagedacht moeten worden over de huidige uitkeringsregels. Daarbij ligt het voor de hand, dat niet elke plaatselijke kerk, - waarvan sommige meerdere emeriti hebben of krijgen en andere kerken geen -, eigen of afwijkende invulling hoeft te geven aan mogelijk nieuw te ontstane situaties. De verantwoordelijkheden op dit terrein zullen dan eveneens in VSE verband gezamenlijk besloten dienen te worden.
Verder is in de najaarsvergadering van VSE doorgesproken over diverse vragen en voorstellen van leden en de visie van het bestuur met betrekking tot langere termijn plannen. Op grond van deze afwegingen raden wij kerken aan geen tussentijdse (beleids-) uitspraken of aanvullende toezeggingen te doen alvorens dit binnen de geëigende verbanden te hebben besproken. Aan de huidige uitkeringsregels zijn immers geen veranderingen aangebracht.
